'Een tocht door de woestijn, een weg ten leven'
Onder dit thema vormden op 10 april wij, 21 parochianen, opnieuw de Karmelkring Elia in onze Gedachteniskapel Titus Brandsma.
Zo kort na de Veertigdagentijd en Pasen ging het lied 'Gij zijt voorbijgegaan' als opening van de avond de kapel rond. Zingend waren we bijeen rondom de ontstoken nieuwe kapelpaaskaars. We luisterden naar de lezing 1 Koningen 19, 1-9, waarin Elia onder de bremstruik wordt heen-en-weer geslingerd tussen opgeven en doorgaan; zijn woestijnervaring.
Woestijn: een onherbergzame plaats, overdag zinderend heet en 's nachts stervenskoud. Woestijnervaringen, het thema van die avond; de aanwezigen kennen ze wel. Momenten waarop alles tegenzit, medemensen zich weinig aan je gelegen laten liggen of je zelfs aanvallen. Afwetende gezondheid, afscheid van geliefden. Het leven is dan niet een warme knusse herberg, maar eerder een van God verlaten woestijn. Soms schuilen mensen onder de bremstruik van hun geloof; God zou het moeten voorkómen. Zij dagen de Eeuwige uit: laat maar zien dat je een echte God bent!
Delen
Uit het plenaire gesprek bleek dat niemand haar of zijn woestijnervaringen kan ontlopen. Wie Jezus' voorbeeld van naastenliefde wil volgen kan juist aan intense woestijnervaringen lijden. Wie anderen liefheeft, lijdt destemeer als die anderen zich tegen hem keren.
Uiteenlopende woestijnervaringen werden die avond gedeeld. Ervaringen waarbij vaak de twijfel aan God opkwam. "Die God was er even niet", deelde een moeder ons over haar bevallingen, maar het goddelijke zag ze terug in de pasgeboren kinderen. Een ander ervaart haar bestaan met handicaps als een levenslange woestijnervaring met 'onbegrip' van anderen als de ergste pijn. Maar concludeerde zij: "de ander kan niet helpen; ik moet het telkens zelf doen". Maria als een moeder is daarbij haar grootste steun om altijd weer het Pasen te zien. Het lied 'Een steppe zal bloeien' bleek voor een van de karmelkringers de ontroering teweeg te brengen van een opstaan, een Pasen, in zijn woestijnmomenten. Positief gericht blijven, hoe moeilijk ook, kan uiteindelijk leiden tot de exodus uit de woestijn. Velen ondervonden 'steun van Boven' en een van de aanwezigen kwam erachter dat de 'waaromvraag' verlaten, uiteindelijk leidde tot een nieuw Pasen.
Samen hoorden wij dat we van de eerste karmelieten, die vanuit de Karmel naar Europa trokken, kunnen leren dat we weliswaar de woestijn niet kunnen vermijden maar niet bang moeten zijn om op te staan. Wij kunnen putten uit onze gemeenschappen, zolas gezin, familie en kerk, dat we woestijnervaringen met elkaar kunnen delen om eruit te komen. Woestijn is meer dan alleen eenzaamheid, hitte, kou en doodse beklemmende leegte. Woestijn kan ook de plek zijn van stille rust, een groene oase, met daarboven de oneindige sterrenkoepel; lichtpuntjes in een barre wereld.
Innerlijk gebeuren
Volgens de karmelitaanse traditie is de woestijn niet een plaats of een speciale behuizing, maar meer een innerlijk gebeuren, een overkomen; een geestelijk proces. Het is niet een fysieke plek waar men rustig kan zijn, maar iets dat de mens grondig en diepgaand verandert, dat doorheen zijn muren en verdedigingslinies breekt en zijn leven hevig verstoort. De mystieken noemen dit 'beschouwing'. Niet wij zijn ons leven aan het inrichten, maar de Ene. Als een steekvlam in de nacht, een spoor van licht valt Hij bij ons binnen, overweldigt ons en verstoort alles. De woestijn is een ontledigingsproces. In de woestijn vinden wij onze enige houvast in de Eeuwige. "De God echter", zo schreef karmeliet Hein Blommestijn, "die zich niet laat manipuleren, gebruiken of omtoveren, zelfs niet op een onbaatzuchtige manier, tot mensenlijke veiligheid. Altijd weer opnieuw is in de karmelitaanse traditie ervaren dat God in de leegte van de woestijn wordt geboren in het hart van de mens, in het fundamentele 'niets' van hem." Het blijft een innerlijk gebeuren bij ieder van ons. Zoals afsluitend werd gezongen: die woestijn kan in een bloeiende steppe veranderen. Dan wordt een tocht door de woestijn een weg ten leven.
Paul Seesink
